Geen borst, wel zachtheid
- Gastschrijver Gerda van den Nieuwenhuijzen
- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen
Op onze oproep voor gastblogs kregen we enorm veel reacties. Stuk voor stuk verhalen die het waard zijn om te delen. Een selectie daarvan lees je de komende maanden hier.
Dit is het blog van Gerda. Ze wilde na haar operatie geen reconstructie. Zoveel wist ze zeker. Maar die strakke huid over haar ribbenkast viel tegen. Dus plande ze tóch een gesprek in met de plastisch chirurg.
Mijn verhaal begint in oktober 2024. Ik doe mee aan het bevolkingsonderzoek borstkanker en word twee dagen later gebeld door de huisarts. Waarom belt hij mij, denk ik nog, en een paar seconden later hoor ik hem zeggen: er is iets te zien op de mammografie en daar moeten we nog eens extra naar kijken. Ik kan de schrik die er toen door me heen ging nóg voelen. Een week later ben ik op de mammapoli bij een mammacareverpleegkundige. Ze legt me de vervolgstappen uit en checkt mijn rechterborst. Ze voelt niets bijzonders. Ik voel zelf ook regelmatig en voel dan ook niets. Dat stelt me gerust.
Een andere wereld
Maar na een aantal onderzoeken in ons streekziekenhuis, en een second opinion in het Alexander Monro is de diagnose duidelijk: een voorstadium van borstkanker graad 2 en een hormoon- en eiwitgevoelige tumor. En ineens belanden we in een heel andere wereld: een wereld waarin mijn borstkankerbehandeling centraal staat. Door mijn werk in de zorg (ik ben nu met pensioen) zie ik vaker vrouwen die een borstamputatie hebben ondergaan. Dat is altijd confronterend. Maar mammografieën, echo’s en puncties, de spanning of de uitslag wel goed is … het is niet nieuw voor me. Misschien wel doordat ik sinds mijn twintigste regelmatig cystes heb, hou ik er ergens rekening mee dat mij dit ook gaat overkomen. En nu is het dus zover.
Wennen aan het idee
Omdat ik eerst chemo- en immunotherapie krijg, krijg ik ook de tijd om aan het idee van amputatie te wennen. Elke keer als ik onder douche sta, visualiseer ik hoe het zal zijn. Zo werk ik er langzaam naartoe. Natuurlijk heb ik ondertussen ook gesprekken over reconstructie. Ik weet al dat ik geen inwendige siliconenprothese wil. Het voelt gek om er eerst iets uit te halen - een tumor die er niet hoort - en er daarna weer iets in terug te plaatsen dat er óók niet hoort. Dus blijven er voor mij nog twee mogelijkheden over: een reconstructie met eigen buikvet of een reconstructie met lipofilling. Maar dat wil ik eigenlijk ook niet. Voor mij is dat een soort surrogaat. Het lijkt wel op een borst, maar is het niet. En ik krijg er het gevoel in mijn borst niet mee terug, ook niet op het gebied van intimiteit. Toch plannen we een afspraak met de plastisch chirurg. Ze vertelt me alles over de operaties én over de risico’s. En ze maakt voor de zekerheid foto’s van mijn borsten. Voor als ik later alsnog een reconstructie wil. Het is fijn dat ik daar later altijd nog voor kan kiezen.
In de spiegel kijken zonder bril
Voor de operatie zelf ben ik niet heel gespannen. Ik weet al maanden dat dit staat te gebeuren. Wat hierna komt, vind ik spannender. Het verband gaat eraf vlak voordat ik naar huis ga. Heel vreemd om te zien dat mijn hele borst weg is. Incompleet. Ik maak aan mijn man en de verpleegkundige duidelijk dat ze niet mogen zeggen dat het er mooi uitziet. Mooi is iets anders. Ik heb liever dat ze zeggen dat de wond er goed uitziet.
Mijn herstel verloopt voorspoedig. Om te wennen aan mijn nieuwe lijf kijk ik de eerste tijd zonder bril in de spiegel. Ik hoef het ook allemaal nog niet heel goed te zien. Elke maand raak ik er iets meer mee vertrouwd. Waar ik niet aan kan wennen, is de huid die nu vrij strak op mijn ribbenkast zit. Het is niet zacht, maar hard. Als ik er klop, hoor je: nok, nok. Misschien kan de plastische chirurg iets voor mij betekenen. Ik vraag een consult aan en ze begrijpt meteen wat ik bedoel. Met lipofilling kan ze het wat zachter maken. Ik weet meteen dat ik dat wil.
Niet helemaal compleet, maar wel geheeld
Een paar maanden laten krijg ik op de plaats waar mijn borst zat, vet uit mijn buik ingespoten. Een half jaar later voelt het weer zacht aan. Dat voelt goed. Geen borst, wel zachtheid. En ineens realiseer ik me dat ik in de afgelopen anderhalf jaar vooral bezig ben geweest met de borst die weg is. De borst die ik nog heb, was ik uit het oog verloren. Die zie ik nu weer. Ik ben er blij mee. Ik ben niet meer helemaal compleet, maar ik ben wel geheeld.
Gerda









