top of page

Kun je iemand dichtbij laten komen als je jezelf even niet mooi vindt?

Ik loop nog één keer naar de badkamer. Vanavond wil ik het weer proberen ...

 

Ik kijk in de spiegel. Naar een lichaam dat ooit vanzelfsprekend voelde, maar nu vreemd aanvoelt. Ik haal diep adem. Dit ben ik niet. Ik zat sinds een paar jaar juist zo lekker in mijn vel. De 'I don’t give a f@ck'-fase in mijn leven brak net aan en wat vond ik dat heerlijk. Soms wilde ik dat ik me zo had gevoeld toen ik jonger was. Maar helaas, zo werkt het leven soms niet.

 

Nu zie ik in dezelfde spiegel waar ik nog geen jaar geleden zo tevreden in keek een bleek bekkie met korte, grijze krullen. Mijn gehavende borstkas ben ik nog maar net gaan accepteren. Mooi vind ik het nog steeds niet, maar het is oké, heb ik besloten.

 

Samen hebben we al voorzichtig een poging gedaan om te beginnen met het aanraken van mijn borstkas. Hij had er geen moeite mee ... ik wel. Ik vond het doodeng. Het voelde nog steeds niet als mijn lijf. Het voelde hard, omdat mijn ribbenkast nu direct voelbaar is. Het doodse gevoel is inmiddels aan het wegtrekken, maar nog altijd voelt dat gedeelte van mijn lijf niet van mij. Het is veranderd. Niet alleen aan de buitenkant, maar ook aan de binnenkant. Ik zal opnieuw moeten leren houden van dat stukje van mijn lijf, en misschien ook wel van de rest.

 

Ik stel mezelf steeds vaker de vraag: kun je iemand anders wel volledig liefhebben – en die liefde ook toelaten – als je jezelf even niet meer mooi vindt? Voor de diagnose voelde mijn lichaam als mijn thuis. Nu voelt het als een huis waarin ik zelf nog moet leren wonen. Hoe kan ik van hem verwachten dat hij mij begeert, als ik zelf liever mijn ogen sluit wanneer ik me uitkleed? 

 

De liefde voor hem is absoluut niet minder geworden, misschien is die door alles wat we hebben doorstaan juist wel verdiept. Maar ware intimiteit vereist een overgave die soms moeilijk is als de verbinding met je eigen spiegelbeeld zo verstoord is. Ik wil hem niet buitensluiten, maar ik wil simpelweg mijn eigen onzekerheid beschermen.

 

Toch mis ik de intimiteit na al die maanden. Ik had er eerder geen behoefte aan; ik was veel te druk bezig met overleven. Maar nu, in de rust na de storm, voel ik het verlangen naar verbinding.

 

Net als even geleden pak ik wederom zijn hand en leg deze voorzichtig op mijn borstkas. Ik vraag hoe dit voor hem voelt. Hij zegt: "Prima hoor. Het litteken ziet er nog rustiger uit dan laatst. Het is bijzonder dat het zo hard voelt, eigenlijk net als mijn borst. Maar niks raars hoor, schat."

 

Ik vraag hem of hij alleen maar tegen me aan wil liggen. Niks meer en niks minder. Hij pakt me voorzichtig vast en trekt me naar zich toe. Ik vertel hem dat ik zo graag weer wil hoe het voorheen was, maar dat ik bang ben voor alles wat ik misschien ga ervaren. Wat als ik niet opgewonden raak? Wat als mijn lichaam niet meer reageert zoals ik gewend ben?

 

Dan hoor ik hem zeggen: "Lieve schat, we doen niks dat niet goed voelt voor jou. En er volgen nog heel veel maanden en jaren in ons leven samen." Ik ontspan en voel dat het goed is. Hij is mijn veilige haven. Mijn allerliefste partner in life heeft alle geduld van de wereld met mij. Ik ben hem daar zo dankbaar voor. 

 

Ik besef ook dat niet iedere vrouw zo'n veilige haven heeft. Misschien reageert jouw partner anders, ben je alleen, of voelt intimiteit juist daardoor nóg ingewikkelder. Weet dan dat jouw herstel niet minder waardevol is. Ook jij mag in jouw eigen tempo opnieuw ontdekken wat intimiteit voor jou betekent.

 

Tijdens mijn behandeling kreeg ik één advies over intimiteit: "Heb je al glijmiddel in huis? Want de boel zal behoorlijk uitdrogen." Dat was het. Een praktische, klinische mededeling. Maar intimiteit behelst zoveel meer dan penetratie of een functionerend lichaam alleen. Het gaat over zielsconnectie, over kwetsbaarheid en geborgenheid. Je mág alles in jouw tempo doen en je mág alles in kleine stapjes doen. Wellicht helpt dit je om weer langzaam te wennen aan aanrakingen op plaatsen waarvan je opnieuw mag leren houden.

 

Aan alle prachtige vrouwen die aan het begin staan van deze rauwe, confronterende reis, of er middenin zitten: wees zacht voor jezelf. Het is volkomen normaal als de spiegel je tijdelijk een vreemde toont en als je vrouwelijkheid ver te zoeken lijkt. Het is oké als je het gevoel hebt dat je lichaam je in de steek heeft gelaten. Geef jezelf de tijd om te rouwen om het onbezorgde lichaam dat was. Want ja, het is een rouwproces.

 

Maar vergeet alsjeblieft nooit: jij bent zoveel meer dan wat er is weggesneden of veranderd. Jouw littekens vertellen een verhaal van overleven, van pure oerkracht. En die kracht is op zichzelf al prachtig. 

 

Misschien begint intimiteit na borstkanker niet met elkaar aanraken, maar met jezelf weer voorzichtig durven aanraken. En met geloven dat je, ook met littekens, nog steeds liefde waard bent. En soms is dit de eerste stap naar houden van jezelf, simpelweg toestaan dat de ander jou liefheeft – precies zoals je nu bent, met al je littekens, twijfels en rauwe randjes.

 

 

Linda Gresnigt-van Luinen is de vrouw achter positivi-tiet.nl en de boeken Positivi-tiet en Relativi-tiet. Ze schrijft heel open over haar eigen borstkankertraject en doet dat met humor en zelfspot.


 Fotografie: @ginoh1988

 
 

Samen maken we Alle Mooie Borsten zichtbaar

bottom of page