Ontboezemingen. Seksueel plezier hoort bij kwaliteit van leven (deel 1)
- Yvette van der Meer

- 14 aug
- 4 minuten om te lezen
Veranderde seksualiteit na een borstreconstructie bungelt er in het hele traject maar een beetje bij, horen wij vaak van vrouwen. Ze moeten vooral zelf uitzoeken hoe ze hiermee kunnen dealen. Gelukkig bestaan er mensen zoals seksuoloog Lobke Borger. ‘Seksueel plezier en intimiteit horen gewoon bij kwaliteit van leven.’
Lobke is naast seksuoloog ook hematologie- en oncologieverpleegkundige. Zij ontmoet veel vrouwen met borstkanker of een borstreconstructie en weet dus hoe ingrijpend ziekte kan zijn voor seksualiteit, intimiteit en relaties. In haar begeleiding creëert ze een veilige en vertrouwde omgeving waarin mensen open kunnen praten. Om samen te zoeken naar oplossingen die passen bij hun situatie.
In deze miniserie geeft Lobke haar visie op hoe zorgverleners beter kunnen communiceren over seksualiteit en beantwoordt ze allerlei ‘intieme’ vragen waarmee vrouwen tijdens en na hun borstreconstructietraject rondlopen. Heb jij ook een prangende vraag op dit gebied? Mail ‘m naar ons, dan leggen wij ‘m aan haar voor!
Waarom vinden zorgverleners het blijkbaar lastig om over seksualiteit te beginnen?
“Het lijkt soms wel of we makkelijker over de dood praten dan over seks. Ik geef regelmatig training aan zorgverleners en heb het met collega’s over waarom intimiteit niet standaard ter sprake komt. ‘We’ zijn als zorgverleners heel goed in aannames maken. Dus wordt snel gedacht: deze patiënt zit midden in de behandeling, haar hoofd staat vast niet naar praten over seks. Of: deze patiënt is zestigplus, die heeft geen behoefte meer aan informatie over seksualiteit. Ook denken artsen en verpleegkundigen soms verschillend over wie de verantwoordelijkheid heeft om intimiteit te bespreken. De verpleegkundige zegt: dat doet de arts wel. En de arts zegt: ik heb al zoveel medisch-inhoudelijks op mijn lijstje, de verpleegkundige heeft vaak een betere band met de patiënt. Dus we zijn ook lekker naar elkaar aan het wijzen, en door deze miscommunicatie wordt er niks besproken. Zo zonde.
Maar meestal vinden zorgverleners dat seksualiteit iets heel erg privé is. Vaak heeft een vrouw een kind mee, liggen ze op een meerpersoonskamer of zitten er tijdens de dagbehandeling andere mensen omheen, dus geen ideale setting om over seksualiteit te beginnen. Ik zeg altijd: zorg in ieder geval dat die deur openstaat. Je hoeft niet meteen los te gaan over alle mogelijke negatieve gevolgen van de behandeling of operatie, maar benoem dat het invloed kan hebben op intimiteit en seksleven. Vertel dat dit heel normaal is, dat erover gesproken kan worden, dat er oplossingen voor zijn. Dan kan je gelijk vragen: vind je het fijn als wij hier later op terugkomen? Een vrouw heeft er op dat moment – ze staat in de overlevingsstand – misschien helemaal geen oren naar maar weet dan wel: hee, hier kan ik er dus gewoon over praten. Want als álles wordt besproken, maar dát onderwerp niet, kan de patiënt denken: hm dan zal het wel niet normaal zijn om dat op tafel te gooien. Die misvatting moeten we wegnemen en die taak ligt echt bij de zorgverlener.”
Wat vind jij een goed moment in het behandeltraject om seksualiteit te bespreken?
“Vanuit de vrouw: dat mag op elk moment, vraag hier alsjeblieft alles over wanneer je maar wilt. Je bent niet de enige die veranderingen doormaakt, er zijn oplossingen. Vanuit de zorgverlener: zo rondom de diagnose, wanneer je vertelt over behandeling en ziektebeeld. Daar hoort ook uitleg bij over de mogelijke bijwerkingen van de behandeling en operatie. Dat is een goed moment om te benoemen: weet dat ziek zijn en de behandelingen, de nasleep van de operatie enorme impact kunnen hebben op de relatie, intimiteit en seksualiteit. Geef de patiënt dan al informatie mee, bijvoorbeeld van betrouwbare websites waar ze verhalen van andere vrouwen kan lezen, hoe zij ermee zijn omgegaan.
De kracht zit ‘m ook in herhaling. Als zorgverlener moet je dus regelmatig terugkomen op het onderwerp. Hoe vaker we het erover hebben, hoe meer we het normaliseren. Binnen een chemokuur, na een maand hormoontherapie of na een operatie zijn er bijvoorbeeld ook evaluatiemomentjes. Vraag hoe het nu gaat: we zien dat veel vrouwen negatieve gevolgen merken voor hun intimiteit en vragen hebben over seksualiteit, hoe is dat voor jou? Soms kan het fijn zijn voor een vrouw om even te horen: het is blijkbaar heel normaal dat ik dit voel of merk. Is er een partner in het spel, dan kan je als zorgverlener vragen: we weten dat dit impact kan hebben op je relatie, hoe is dat voor jullie? Als zorgverlener hoef je niet altijd een uur uit te trekken om met iemand over seksualiteit te praten, maar simpele vragen als ‘hoe voelt je lijf nu’ en ‘hoe gaat het mentaal’ kunnen een goede voorzet zijn. Zo durven vrouwen ook sneller en open vragen te stellen.”
Hopelijk treffen ze dan iemand die ze verder kan helpen of doorverwijzen!
“Ik ken wel wat schrijnende voorbeelden. Dat vrouwen wel vragen durven te stellen, maar hele rare antwoorden krijgen van zorgverleners. Een jonge vrouw met borstkanker gaf bij haar oncoloog aan dat haar lijf niet meer op aanrakingen reageerde. Ze moest maar even afwachten, doorzetten. Datzelfde advies kreeg een vrouw die pijn ervaarde door spanning en vaginale droogheid. Dan snap ik dat je dit onderwerp niet snel weer aankaart, want ‘het zal wel aan mij liggen’. Nee! Blijf het bespreken, zoek een andere professional hiervoor, er zijn allemaal manieren om intimiteit terug te krijgen, je weer fijn in je lijf te voelen, om opgewonden te raken en van seks te genieten.”









