Kiezen voor... reconstructie met eigen weefsel
- Daniëlle van Hengst

- 16 mrt
- 4 minuten om te lezen
Bijgewerkt op: 6 dagen geleden
Het nadeel van een prothese is dat je er altijd mee bezig bent.
In Alle Mooie Borsten gaat het natuurlijk over borstkanker. Maar vooral over de keuzes waar je voor komt te staan na zo’n overdonderende diagnose. Ik praatte met een paar vrouwen over de keuze die zíj maakten na een borstamputatie. Mijn tweede gesprek had ik met Melissa. Zij kreeg DCIS. En de ziekte van Hodgkin. Waardoor ze meteen moest worden behandeld. Twee jaar na haar amputatie koos Melissa alsnog voor een reconstructie. Met eigen weefsel uit haar onderrug.
Melissa: “Toen ik 31 was, kreeg ik de diagnose DCIS. Dat is een voorstadium van borstkanker en niet direct levensbedreigend. Maar in mijn geval wel pijnlijk. Mijn rechterborst had een grote en harde massa erin, het leek wel een tennisbal. En er kwamen dagelijks druppels bloed en pus uit mijn tepel. De oncoloog zei: het is niet de vraag óf dit invasieve borstkanker wordt, maar wanneer. Er moest dus iets gebeuren. Ik ging de medische molen in en kreeg nóg een diagnose: de ziekte van Hodgkin, een vorm lymfeklierkanker. Dat veranderde mijn hele traject, want dat moest eerst behandeld worden. En ik had haast, want de DCIS kon in de tussentijd invasief worden.”
Voorlopig plat
“Toen een operatie uiteindelijk wel kon, moest die zo eenvoudig mogelijk blijven. Door de Hodgkin was mijn immuunsysteem namelijk al zwaar belast. Een reconstructie kon niet meteen en een tissue expander ook niet. Dat zou mijn immuunsysteem alleen maar extra belasten. Dus ik heb gezegd: haal het weg, ik blijf voorlopig plat. Het gebied met kwaadaardige cellen was wel 10 centimeter, en zat dicht onder de huid. Ze hebben dus een groot stuk weefsel verwijderd. Ik kreeg een prothese die ik in mijn beha kon dragen. En ook in mijn badpak: heel fijn, want ik zwem twee keer per week. Maar het nadeel van zo’n prothese is dat je er altijd mee bezig bent. In de winter gaat het nog, dan heb je dikkere kleren aan. Maar in de zomer moest ik er steeds opletten dat mijn prothese niet zichtbaar was. Met maar één borst heb je geen decolleté meer. Het was niet dat ik me er minder vrouw door voelde. Ik voelde me anders. En ik was me er voortdurend van bewust.”
Opoffering
“Toen ik genezen was van Hodgkin, kwam ik op de wachtlijst voor een reconstructie. Ik wilde in elk geval een reconstructie met eigen weefsel. Want ik wilde geen lichaamsvreemd voorwerp in mijn lijf en ook geen extra ingrepen later, om de oude prothese te vervangen. Maar dan komt de vraag, waar haal je het weefsel vandaan? De buik is een veelgebruikte plek, maar daarvoor moet een groot stuk weefsel worden weggehaald wat ik niet had door mijn slanke bouw. En ik was juist zo blij met mijn buik, die van zichzelf al plat was. Het voelde als een te grote opoffering voor een borst. Een andere optie was weefsel uit de buitenkant van mijn dijen. Maar dan verander je je lichaamscontouren. Je bovenbenen worden platter en ik zou daardoor grotendeels mijn vrouwelijke rondingen verliezen. Je krijgt littekens op zichtbare plekken die ik met een badpak niet kon verbergen.”
Tijd gaat vanzelf voorbij
“Ik heb me er echt in verdiept. Ik heb met meerdere plastisch chirurgen gesproken, in mijn eigen ziekenhuis. Uiteindelijk heb ik een second opinion gehad in Gent. De plastisch chirurg daar had ik gezien in een documentaire. Hij gebruikte voor borstreconstructies een techniek waarbij weefsel uit de onderrug wordt gehaald: de lumbar flap. Op de eerste plaats erg geschikt voor slanke vrouwen die één borst nodig hebben, maar het kan ook voor twee borsten. Deze chirurg wilde mijn operatie zelf doen, ondanks een patiëntenstop, maar dan moest ik tweeënhalf jaar wachten. Dat had ik ervoor over. Een jaar, twee jaar, dat maakte me niet meer uit. Je kunt het namelijk maar één keer goed doen. Ik had vertrouwen in hem. En tijd gaat vanzelf voorbij. Ik kreeg al snel een operatiedatum, dus ik had iets concreets om naartoe te leven.”
Minder gevoel
“De operatie was zwaar. Ik heb zes dagen in het ziekenhuis gelegen. En daarna moet je zes weken echt heel rustig aan doen. Je mag niet tillen, niet stofzuigen, geen zwaar werk doen. En alleen op je rug slapen. Alles moet rustig herstellen, omdat de bloedvaten die zijn aangesloten aan elkaar moeten groeien. Mijn moeder kwam langs om te helpen, ik kon me niet eens aankleden: door de spanning op mijn rug kon ik niet vooroverbuigen om bijvoorbeeld mijn sokken aan te doen. Maar dat is gelukkig allemaal hersteld. Ik ben heel blij met het resultaat. Ik heb geen beperkingen. Alleen op de plek waar het weefsel is weggehaald, heb ik iets minder gevoel. Dat komt doordat zenuwen worden doorgesneden. Maar in het dagelijks leven merk ik daar niets van.”
Een borst die mee wiebelt
“De reconstructie heeft mij veel kwaliteit van leven teruggegeven. Ik kan kleding dragen zonder erbij na te denken. Ik ben weer compleet. Ik zou het absoluut opnieuw doen. Wat ik andere vrouwen wil meegeven, is dat je je goed moet verdiepen in de mogelijkheden. En in de nadelen. Je moet echt rekening houden met een revalidatie. En je kunt gevoel verliezen op de plek waar het weefsel wordt weggehaald. Dat is belangrijk om te weten. Maar je krijgt er een warme, zachte borst voor terug, die voelt als onderdeel van jezelf. Die mee wiebelt. Het is je eigen weefsel, met je eigen bloedvoorziening. Ik heb het kunnen afsluiten. Natuurlijk zijn de ziekte en de ingreep onderdeel van mijn verleden en hebben ze mijn kijk op het leven voor altijd veranderd, maar ze bepalen niet meer wie ik ben.”

Er is een facebookgroep opgericht speciaal voor deze optie: Borstreconstructie van eigen weefsel (oa diepflap)







